Liederen

Wilhelmus van Nassouwe

Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe,
blijf ik tot in de dood.
Een Prinse van Oranje
ben ik, vrij, onverveerd,
den koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.

Mijn schild en de betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik toch vroom mag blijven,
uw dienaar ’t aller stond,
de ti – rannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.

Gelukkig is het land

Gelukkig is het land
Dat God de Heer beschermt
Als daar met moord en brand
De vijand rondom zwermt
En dat men meent: Hij zal
’t Schier overwinnen al
Dat dan, dat dan, dat dan,
Hij zelf komt tot de val

Gedankt moet zijn de Heer
de God, die eeuwig leeft!
Dat Hij ons t’ zijnder eer
Deez’ overwinning geeft
Wat wonder heeft de kracht
Des Heren al gewracht?
O Heer! o Heer! o Heer!
Hoe groot is Uwe macht

In naam van Oranje

In naam van Oranje, doe open de poort!
De watergeus ligt aan de wal:
De vlootvoogd der Geuzen, hij maakt geen akkoord
Hij vordert Den Briel of uw val
Dat is het bevel van Lumey op mijn eer
En burgers, hier baat nu geen tegenstand meer,
De watergeus komt om Den Briel! (2x)

De vloot is met vijfduizend koppen bemand,
De mannen zijn kloek en vol vuur.
Een ogenblik nog en zij stappen aan land,
Zij wachten bericht binnen ’t uur;
Gij moogt dus niet dralen, doet open die poort,
Dan nemen de Geuzen terstond zonder moord
Bezit van de vesting Den Briel! (2x)

Deze website gebruikt cookies. Door OK te kiezen of gebruik te maken van deze website geeft u hiervoor toestemming. Kies ‘Instellingen wijzigen’ voor meer informatie.
Annuleren